Verdere voorstelling Medisch Sociaal Opvangcentrum Free Clinic
Historiek
Free Clinic werd opgericht in april 1972. Aanvankelijk was het niet meer dan een wekelijkse medische consultatie die werd ingericht in het kort daarvoor opgerichte JAC (jongeren advies centrum). De seksuele revolutie van eind jaren 60 had geleid tot een hoge prevalentie van seksueel overdraagbare aandoeningen, ongewenste zwangerschappen, conflictueuze relaties…Het was begin jaren 70 ook helemaal niet evident dat een meisje de pil voorgeschreven kreeg of dat een ongewenst zwangere vrouw naar een abortuskliniek werd doorverwezen. Free Clinic ziet in het opvullen van de lacunes in de gezondheidszorg voor jongeren zijn belangrijkste opdracht. Deze hulpverlening moet laagdrempelig en goedkoop zijn (vandaar de term 'free') en dient aandacht te geven aan de jongere en het systeem en/of de cultuur waarin deze zich begeeft. De nauwe verbondenheid met de jongerencultuur uit die tijd maakt dat Free Clinic door sommigen als bondgenoot tegen het establishment gezien wordt. Gebruik van LSD en marihuana wordt dan ook probleemloos gemeld. Heroïnegebruik dat zijn intrede in Vlaanderen doet in 1972 wordt voor het eerst door patiënten gemeld in 1974. Vanaf dan bieden zich de eerste verslaafden aan en gaan de artsen van Free Clinic op zoek naar mogelijke behandelingsvormen. Verslaafden worden vooral doorverwezen naar Therapeutische gemeenschappen, die hun deuren in die tijd openen. De hoge motiveringsgraad die TG's van hun bewoners eisen en het beperkt aantal behandelingsplaatsen maakte dat een aantal gebruikers in de kou bleven staan.
Ondertussen beschrijven artikels in de Amerikaanse vakliteratuur de successen die geboekt worden met methadonbehandelingen De eerste methadonkuur in Free Clinic wordt in 1975 voorgeschreven. Dit is niet enkel op Belgisch maar ook op europees vlak zeer vroeg.
Er werd eveneens zeer veel aandacht besteed aan gezondheidspromotie. De aangepaste versies van toen ontstane folders worden nog steeds gebruikt (de pil, pijn bij het vrijen, soa,...). De uitbouw van Free Clinic tot een kleine maar professionele organisatie halfweg de jaren 80 was mogelijk door de constante aanwezigheid van artsen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers.
Op 1 mei 1984 is de onafhankelijkheid van Free Clinic een feit. Het kleine team concentreert zich in de eerstvolgende jaren vooral op het verwerven van een eigen identiteit binnen het ruime hulpverleningsveld en een verdere professionalisering en deskundigheid. De radicale standpunten van de beginjaren worden genuanceerder en de systeemtherapie doet zijn intrede. In 1986 stond Free Clinic mee aan de wieg van het stedelijk overleg drughulpverlening Antwerpen (SODA). Directe aanleiding was het opduiken van ongecontroleerde hulpverleningsinitiatieven en de verdubbeling van de methadonconsumptie via apotheken. In 1986 werden er op Free Clinic ongeveer 20 methadonprogramma's opgestart, ondertussen zijn dat er ongeveer 140.
Na de opmars van het HIV-virus was er in augustus 1985 eindelijk een HIV-test beschikbaar. Hierdoor werd het voor het eerst mogelijk om in risicogroepen (o.a. injecterende druggebruikers) de seroprevalentie te gaan bepalen. Een betere kennis van de overdrachtmechanismen maakte gerichte en aan de doelgroep aangepaste preventie ook mogelijk. Een belangrijk aspect was de link tussen HIV en druggebruik. De contacten die Free Clinic met de drugscene had opgebouwd maakten het mogelijk om met betrekking tot het HIV virus snel in te grijpen. Vanaf 1985 begon Free Clinic druggebruikers te testen, preventieboodschappen te verspreiden en seropositieve druggebruikers te begeleiden. In het kader van een Europees onderzoek voerde Free Clinic in 1989 de eerste studie ooit uit naar het injecteergedrag van Belgische gebruikers.Deze studie was de start van een reeks serologische en epidemiologische studies.
De dreigende aids epidemie zorgde er tenslotte voor dat methadontherapie eindelijk naar waarde werd geschat. Onderzoeken wezen uit dat methadonpatiënten beter tegen HIV waren beschermd geweest aangezien hun risicogedrag daalde en anderzijds bleek meer en meer dat de uiteindelijke resultaten van methadontherapie vergelijkbaar waren met die van, meer hoogdrempelige benaderingen. De schadebeperkende werkwijze die op Free Clinic, net als in talrijke andere centra, op een natuurlijke wijze was ontwikkeld kreeg onder de noemer "harm reduction" een eigen plaats.
MSOC ( Medisch Sociaal Opvangcentra)
Vanaf 1997 werden in Belgische agglomeraties de eerste MSOC ( Medisch Sociaal Opvangcentra) opgericht. Sommigen zijn vanaf nul begonnen, zoals het MSOC van Oostende, andere groeiden voort uit reeds bestaande structuren bijvoorbeeld zoals bij Free Clinic. In totaal bestaan er nu 8 MSOC's verspreid over heel België De steden waarin de MSOC's gehuisvest zijn zijn Oostende, Antwerpen, Gent, Genk, Bergen, Brussel en Charleroi. De belangrijkste financiering gebeurt door het ministerie van sociale zaken. Elk MSOC heeft een conventie gesloten met het rijksinstituut voor ziekte en invaliditeit (RIZIV) voor de terugbetaling van de medische prestaties. Cliënten moeten zodoende aangesloten zijn bij de mutualiteit. Dit geeft soms problemen omdat de voorwaarden tot verwerven van mutualiteit niet altijd evident zijn voor deze doelgroep (vb. een adres hebben). Een MSOC wordt dus met andere woorden - net als een ziekenhuis - gefinancierd per prestatie. Voor patiënten betekent dit dat de consultaties gratis zijn. Enkel het remgeld van de methadon wordt als kost aangerekend.. Een andere subsidiebron is een jaarlijks forfaitair bedrag via het ministerie van binnenlandse zaken in het kader van veiligheidscontracten waarmee bijvoorbeeld het luik straathoekwerk kan worden gesubsidieerd. De rizivconventies bepalen het theoretische kader waarbinnen MSOC's opereren. Binnen de grenzen van dit theoretisch kader zien we dat de verschillende MSOC's een gedifferentieerde praktische werking hebben aangepast aan de regionale behoeften en mogelijkheden.
Doelgroep
Volgens de rizivconventie bestaat de beoogde populatie uit cliënten die lijden aan stoornissen veroorzaakt door het gebruik-misbruik van psychoactieve middelen. Bovendien richten de MSOC's zich alleen op die gebruikers die door andere voorzieningen van welke aard ook niet of niet meer voldoende bereikt worden en voorwie vanwege een problematiek op meerdere gebieden (medisch, psychologisch sociaal) een multidisciplinaire behandeling geïndiceerd is. De afhankelijkheid van een product gaat dus in de meeste gevallen steeds samen met een andere problematiek op andere gebieden zoals bijvoorbeeld:
- Medisch vlak: HIV, Hepatitis
- Psychisch vlak: dubbel diagnose cliënten
- Juridisch vlak: strafrechterlijk, periodes van detentie
- Relationeel vlak: familiale en relationele conflictsituaties
- Sociaal vlak: dakloosheid, illegaliteit
De doelgroep, waarbij men vaak spreekt van de meest gemarginaliseerde druggebruikers. Hebben vaak al een lange weg in de hulpverlening afgelegd, vaak zonder resultaat. Onder andere om die redenen proberen de MSOC's zo laagdrempelig mogelijk te werken en zich dan ook te vestigen in buurten waar de doelgroep geconcentreerd is.
Onderdelen van de werking
Gezien de specifieke doelgroep van de meest gemarginaliseerde gebruikers is de behandeling zeker niet in de eerste plaats gericht op druggebruik. Volgens de behoeftetheorie van Maslow zal men eerst de primaire behoeftes aanpakken: het verbeteren van de gezondheidstoestand, het zoeken van onderdak, voorzien in voedsel en kledij, ziekteverzekering en andere juridische formaliteiten in orde brengen. Hierbij is ook de omgeving van de cliënt belangrijk (o.a. familiale en relationele conflicten met specifieke aandacht voor de relatie met eventuele kinderen) Pas wanneer aan de meest primaire behoeften is voldaan en de cliënt op een aantal gebieden gestabiliseerd is - meestal mede door het toedienen van substitutiemedicatie zoals methadon - zal in het tempo van de cliënt aan het afhankelijkheidsprobleem gewerkt worden.
Uit ervaring heeft men geleerd te werken met kortetermijndoelstellingen, kleine stapjes die na verloop van tijd toch een positieve evolutie inhouden. De meest minimale doelstelling kan gewoon al het wekelijks contact met de cliënt zijn.
Tijdens de psychosociale begeleiding wordt veel aandacht besteed aan motivatiebevordering en terugvalpreventie. Het motiveren tot verandering slaat niet noodzakelijk terug op abstinentie. Gecontroleerd gebruik of veilig gebruik zijn misschien net iets meer haalbare doelstellingen. Verandering kan ook terugslaan op andere levensgebieden, herstellen van contacten met familie, omgaan met structuur en regels, betere persoonlijk hygiëne, … Terugvalpreventie wordt zowel op secundair (curatief) als primair (preventief) niveau nagestreefd. Secundair niveau beslaat het herval te beschouwen als een leerrijke gebeurtenis, hindernissen zien en probleemoplossend inzicht verwerven om zo opnieuw een poging tot verandering te ondernemen. Primair niveau beslaat het voorkomen van terugval.