Spuitenruil in België: het wettelijk kader
Wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica
Wet van 17 november 1998 tot wijziging van de wet van 24 februari 1921
Koninklijk Besluit Spuitenverdeling/-ruil van 5 juni 2000
Besluit van de Vlaamse regering houdende de subsidiëring van de organisatie van een spuitenverdeling/-ruil in Vlaanderen.
Samenvatting
Het wettelijk kader dat spuitenruil in België reglementeert ressorteert onder wetten, Koninklijke Besluiten, memories van toelichting en omzendbrieven van het College van Procureurs-generaal. Daarenboven is er een Vlaams Besluit m.b.t. de financiering en de daaraan gekoppelde doelstellingen en opdrachten.
In dit deel zullen deze verschillende wetten en besluiten worden toegelicht, met de bedoeling dat diensten en personen die actief zijn in spuitenverdeling/-ruil, een zicht krijgen op dit wettelijk kader.
Wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica
De zogenaamde ‘Drugwet’ van 1921 bepaalt in artikel 3 dat zowel gevangenisstraffen als geldboetes kunnen gegeven worden aan ‘zij, die onder bezwarende titel of om niet, voor een ander het gebruik van slaapmiddelen, verdovende middelen en de andere psychotrope stoffen die afhankelijkheid kunnen teweegbrengen, gemakkelijker maken door het verschaffen daartoe van een lokaal of enig ander middel, of tot dit gebruik aanzetten.1
Het is dit specifieke artikel in de desbetreffende wetgeving dat zowel het onderhouden van verslaving, als het aanzetten tot druggebruik, strafbaar maakt. Dit betekende in concreto dat de verkoop of het kosteloos terhandstellen van injectiemateriaal (spuiten, steriel water, …) voor het gebruik van illegale drugs door de wetgever kon beschouwd worden als het onderhouden van verslaving, of zelfs, het aanzetten tot druggebruik. Spuitenverdeling/-ruil voor injecterende druggebruikers (IDG’s) was dus ook illegaal.
Ook apothekers konden op basis van hetzelfde artikel vervolgd worden wanneer zij steriel injectiemateriaal verkochten aan druggebruikers.
Wet van 17 november 1998 tot wijziging van de wet van 24 februari 1921:
Betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en het Koninklijk Besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunde, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies. Memorie van toelichting bij het wetsontwerp : gewone zitting van 18 april 1996 in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers.
Midden de jaren negentig werden, op politiek vlak, de eerste stappen ondernomen om programma’s van spuitenverdeling/-ruil een wettelijk kader te geven. In het federale 10-punten drugplan van 1995 wordt, naast de oprichting van laagdrempelige ambulante drughulpverlening, ook reeds een verwijzing gegeven naar spuitenruilprogramma’s. Een achterliggend basisprincipe was de verschuiving van repressie naar hulpverlening en gezondheid m.b.t. de aanpak van druggebruikers.
Teneinde spuitenverdeling/-ruil aan druggebruikers uit de illegaliteit te halen was er dan ook, gezien de drugwet van 1921, een wetswijziging noodzakelijk.
Dit wetsontwerp werd op 18 april 1996 besproken in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers. In de memorie van toelichting 2 lezen we:
- Artikel 2: In het koninklijk besluit nr 78 van 10 november betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, werd in het artikel 4, §2 een 6° toegevoegd, dat moet toelaten om binnen bepaalde voorwaarden ook door niet apothekers bepaalde voorwerpen en stoffen ter hand te laten stellen, die normaliter tot het actieterrein van de apotheker behoren. Aan druggebruikers die geen toegang zoeken tot het normale verdeelcircuit van deze producten, zouden volgend deze bepaling spuiten, naalden en ontsmettende stoffen kunnen ter beschikking gesteld worden. Bedoeling is bij hen de kans op virale infecties, ingevolge het gemeenschappelijk gebruik van deze materialen te verminderen. Alhoewel men door dergelijke handeling de druggebruiker tot op zekere hoogte behulpzaam is bij zijn gebruik, is het niettemin duidelijk dat dergelijke hulpverlening geenszins kan beschouwd worden als een aanzetten tot druggebruik, in de zin van artikel 3, alinea 2 van de wet, noch tot het onderhouden van een afhankelijkheid. Teneinde te voorkomen dat hierover onduidelijkheid zou heersen, wordt de praktijk zoals omschreven in het nieuwe 6° van artikel 4, § 2 als niet strafbaar gesteld in hoofde van de wet van 24 februari 1921.
- Artikel 5: Sommige steriele medische materialen worden voor iets heel anders gebruikt dan waarvoor ze bedoeld zijn; dit is onder andere het geval voor hun gebruik door druggebruikers. Niettegenstaande de gezondheidsrisico’s waaraan ze zich blootstellen, blijven druggebruikers die zichzelf drugs injecteren, het hierbij gebruikte materiaal ondeskundig en vaak gemeenschappelijk aanwenden. Aangenomen wordt dat dergelijk risicovol handelen ten dele kan worden verklaard door de soms marginale positie van druggebruikers, waardoor ze bijna volledig afgesneden zijn van het normale medische circuit. Als het niet mogelijk blijkt de drempel tot het circuit, waarvan de apothekers deel uitmaken te verlagen, is het aangewezen de toegankelijkheid tot sommige bij de apotheker verkochte producten zoals spuiten, naalden en ontsmettingsmiddelen te verhogen. Dit kan worden gerealiseerd door het creëren van een bijkomend distributiecircuit dat wel toegankelijk is voor druggebruikers en waarvan men redelijkerwijze ook mag aannemen dat het in de praktijk zal gebeuren. De uitzondering die wordt toegestaan is zeer beperkt: echte geneesmiddelen zijn uitgesloten. Bovendien wordt de uitzondering slechts toegestaan binnen een specifiek kader, met name de profylaxe van besmettelijke aandoeningen. Daarenboven worden nog twee andere beperkingen ingevoerd : namelijk slechts die middelen of voorwerpen die aangeduid worden door de Koning worden vrijgegeven en bovendien dient zoiets te gebeuren binnen de voorwaarden die door hem opgelegd worden (kwalificatie van personen, het toezicht op deze personen, de plaats van verdeling, enz.). Indien de ervaringen die in andere landen werden opgedaan, ook in België bevestigd worden, moeten deze twee maatregelen gunstige gevolgen hebben: een daling voornamelijk van de virale infecties die zich voordoen bij druggebruikers en een vermindering van de risico’s die derden lopen.
In concreto betekent dit wetsontwerp dat:
- De preventie van besmettelijke aandoeningen bij IDG’s en risicobeperking voor derden prioritair wordt t.o.v. repressie;
- Apothekers geen risico meer lopen op vervolging bij verkoop of terhandstellen van steriel injectiemateriaal aan druggebruikers;
- Dat er naast het netwerk van apothekers andere distributiekanalen de toegankelijkheid tot steriel injectiemateriaal voor druggebruikers moet verhogen;
- Dat deze andere distributiekanalen zowel qua opzet, personeel en materiaal, moeten bepaald worden via een koninklijk besluit.
Dat aspecten van volksgezondheid primeerden over repressie m.b.t. individuele druggebruikers, werd eveneens bevestigd door de omzendbrief nr. COL 5/98 van het College van Procureurs-generaal bij de Hoven van Beroep betreffende 'Verdovende middelen' Vervolgingsbeleid inzake bezit en detailhandel van illegale verdovende middelen. In dit schrijven van 18 mei 1998 vinden we onder rubriek IV. Afhandelingsmodaliteiten, punt 6: “In het belang van de volksgezondheid, maken ongebruikte injectiespuiten en –naalden niet het voorwerp uit van een inbeslagname door de politiediensten en worden zonodig onmiddellijk teruggegeven; een vermelding dat deze voorwerpen werden aangetroffen en een korte omschrijving ervan in het proces-verbaal volstaan”.
Uiteindelijk verscheen op 23 december 1998 in het Belgisch Staatsblad3 de afkondiging van de wetswijziging, en werd aan programma’s van spuitenverdeling/-ruil een wettelijk kader gegeven.
In artikel 2 staat immers het volgende te lezen: "In artikel 3 van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica wordt tussen het tweede en derde lid het volgende lid ingevoegd: "Onder de toepassing van het vorige lid vallen niet het te koop aanbieden, de detailverkoop en de terhandstelling, zelfs kosteloos, als bedoeld in artikel 4,§ 2, 6°, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies".
Onder paragraaf 2 punt 6 van artikel 4 van het vernoemde K.B. 78 vindt men ‘het te koop aanbieden, de detailverkoop en de terhandstelling, zelfs kosteloos, door personen door de Koning gemachtigd, met een profylactisch doel tegen besmettelijke ziekten, van voorwerpen, apparaten, enkelvoudige of samengestelde substanties met uitzondering van gifstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen en psychotrope stoffen zoals bedoeld in artikel 1 van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica. De Koning stelt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de lijst van die voorwerpen, apparaten, enkelvoudige of samengestelde substanties vast en bepaalt de voorwaarden voor het te koop aanbieden, de detailverkoop en de terhandstelling ervan.
De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde personen, die verbonden dienen te zijn aan een gespecialiseerd centrum, zoals door Hem omschreven, overgaan tot het te koop aanbieden, de detailverkoop en de terhandstelling’.
Aangezien deze wet in werking trad op het moment van publicatie, betekende dit dat apothekers vanaf die datum niet meer strafbaar waren bij verkoop van steriel injectiemateriaal aan druggebruikers. Voor een verbreding van het netwerk via gespecialiseerde centra, was het nog wachten op het koninklijk besluit ter zake.
Koninklijk Besluit Spuitenverdeling/-ruil van 5 juni 2000
Het was wachten tot juni 2000 alvorens door de federale minister van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu het koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 4, §2,6° van het koninklijk besluit nr.78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies ondertekend werd.4 Het is ook dit besluit dat, naast de apothekers, zowel de diensten, de personen, de materialen en de uitvoeringsmodaliteiten bepaalt voor programma’s van spuitenverdeling/-ruil. Gezien het belang van dit wettelijk kader voor alle diensten die overwegen om dergelijke programma’s op te zetten, worden alle artikels integraal weergegeven:5
- Artikel 1: Dit besluit bepaalt de voorwaarden en de modaliteiten voor het te koop aanbieden, de detailverkoop en de terhandstelling, zelfs kosteloos, van steriel injectiemateriaal, van ontsmettingsmiddelen en van steriel verband door de personen hiertoe gemachtigd bij dit besluit.
De bepalingen van het koninklijk besluit van 18 maart 1999 betreffende de medische hulpmiddelen zijn van toepassing op dit besluit, met uitzondering van de bepalingen van artikel 10, §§ 7, 9 en 10 van bovenvermeld koninklijk besluit van 18 maart 1999.
- Artikel 2: De personen gemachtigd om de materialen bedoeld in artikel 1 in detail te verkopen of ter hand te stellen, zelfs kosteloos, zijn :- hetzij de geneesheren;- hetzij de verpleegsters, psychologen, paramedici en sociale werkers, voor zover zij beroepshalve verbonden zijn aan een gespecialiseerd centrum. Onder gespecialiseerd centrum verstaat men elke structuur, door de bevoegde overheid erkend of gesubsidieerd, die kan aantonen een praktijk te voeren inzake de therapeutische opvang en sociale begeleiding van druggebruikers of inzake de preventie van overdraagbare aandoeningen.
- Artikel 3: Het te koop aanbieden, de detailverkoop en de terhandstelling van de in artikel 1 bedoelde producten, mogen tegen niet meer dan de aankoopprijs gebeuren. Tenzij in geval van hoogdringendheid, kan steriel injectiemateriaal alleen in ruil voor gebruikt injectiemateriaal kosteloos ter hand gesteld worden.
- Artikel 4: Het te koop aanbieden, de verkoop of de terhandstelling, zelfs kosteloos, van steriel injectiemateriaal moeten gepaard gaan met het verstrekken van schriftelijke informatie betreffende: - het goed gebruik ervan; - het bestaan en indicaties van serologische tests; - het bestaande aanbod tot het verkrijgen van bijkomende sociale, psychologische, medische en juridische hulp.
- Artikel 5: De in artikel 2 bedoelde personen, moeten zich bevoorraden met steriel injectiemateriaal, met ontsmettingsstoffen en steriele verbandstoffen die conform zijn aan de reglementering die van kracht is. Zij zijn er daarenboven toe gehouden zich te bevoorraden bij apothekers of bij verdelers, groothandelaars, invoerders en fabrikanten erkend door de Minister van Volksgezondheid. Het verworven materiaal moet worden bewaard in omstandigheden waardoor de steriliteit kan worden behouden.Het gerecupereerd reeds gebruikt materiaal dient bewaard te worden in daartoe voorziene recipiënten, en in voorwaarden die elk hergebruik of elk ongeval onmogelijk maken.6
- Artikel 6: De in artikel 2 bedoelde personen zijn verplicht een register bij te houden waarin het volgende dag na dag wordt vermeld :- de hoeveelheid verworven materiaal;- de hoeveelheid terhandgesteld of verkocht materiaal; - de hoeveelheid reeds gebruikt injectiemateriaal, dat werd gerecupereerd; - de identiteit van de leveranciers bedoeld in artikel 5, tweede lid; - de aankoopprijs en, in voorkomend geval, de verkoopprijs van het materiaal vermeld in artikel 1. Dit register moet ter beschikking worden gehouden van de Algemene Farmaceutische Inspectie.
Op basis van de hierboven vermelde wetgeving kunnen de volgende actoren gedefinieerd worden die aan spuitenruil/-verdeling mogen doen:
- Hetzij de apothekers (door de wetswijziging van 1998);
- Hetzij de geneesheren;
- Hetzij de verpleegsters, psychologen, paramedici en sociale werkers (voor zover zij beroepshalve verbonden zijn aan een gespecialiseerd centrum = drughulpverlening en/of preventie van besmettelijke aandoeningen).
Besluit van de Vlaamse regering houdende de subsidiëring van de organisatie van een spuitenverdeling/-ruil in Vlaanderen.
Er was nu een volledig wettelijk kader dat spuitenverdeling/-ruil uit de illegaliteit haalde. De ontbrekende factor was enkel nog de (mogelijke) financiering. Aangezien dergelijke programma’s ressorteren onder preventieactiviteiten, dient de financiering te gebeuren via de gemeenschappen, meer specifiek via de Vlaamse Minister van Welzijn , Gezondheid en Gelijke Kansen. Dit Besluit7 - 8 werd ondertekend op 15 december 2000 en bepaalde naast de financiering, ook de doelstellingen en opdrachten. Ze worden hieronder weergegeven:
- Artikel 1: Aan de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) wordt een subsidie toegekend van 11.000.000, -Bef (272.682,88 Euro) voor de organisatie van spuitenruil/-verdeling in Vlaanderen. Dit bedrag wordt vastgelegd op basisallocatie 33.62 van programma 42.2 van de uitgavenbegroting 2000 van de Vlaamse gemeenschap.
- Artikel 2: Dit project heeft vier doelstellingen:
- Het voorkomen van besmettelijke aandoeningen (HIV/AIDS, Hepatitis B en C) bij injecterende druggebruikers door de beschikbaarheid van injectiemateriaal te verhogen.
- Voorkomen van andere gezondheidsrisico’s (vb. abcessen) door het geven van gerichte preventieboodschappen (naaldhygiëne, gebruik van steriel materiaal, …)
- Voorkomen van besmettingsgevaar bij andere groepen van de bevolking (vb. door recuperatie van besmette naalden)
- Het geven van aanzetten tot meer diepgaande zorg- en hulpverlening via gerichte doorverwijzing (drempelverlaging)
- Artikel 3: Om de in artikel 2 genoemde doelstellingen te bereiken zal de VAD het in artikel 1 genoemde bedrag aanwenden voor:
- 1. De organisatie van spuitenruil/-verdeling in de Vlaamse Gemeenschap
- - centrale aankoop van de spuiten en het steriel materiaal
- - ontwikkelen van uniforme preventiematerialen
- - ontwikkelen van een vormingsmodule voor personeel spuitenverdeling/-ruil
- - uitwerken van een registratiesysteem; verzamelen en verwerken van gegevens
- - ontwikkelen van een evaluatie van de spuitenverdeling/-ruil; verwerken van gegevens
- - overleg plegen met de administratie gezondheidszorg inzake de registratie en evaluatie
- - in samenwerking met de APB9 en Farmaceutische Inspectie onderzoeken van registratiemogelijkheden door apothekers
- - in samenwerking met de APB onderzoeken van mogelijkheden tot spuitenrecuperatie door apothekers
- - opvolging van de uitbesteding aan Medische Sociale Opvangcentra (MSOC)
- 2. Lokale tot provinciale organisatie van spuitenverdeling/-ruil
- - opmaken van een analyse van de lokale/regionale situatie
- - opstellen van een werkplan waarin de organisatie van spuitenverdeling/-ruil per regio wordt uitgeklaard
- Artikel 4: De subsidies hebben betrekking op activiteiten die worden uitgevoerd van 1 december tot 30 november 200110
Samenvatting
- Programma’s van spuitenverdeling/-ruil voor injecterende druggebruikers ressorteren onder een wettelijk kader en worden niet beschouwd als een aanzetten tot druggebruik of een onderhouden van verslaving.
- De wet van 17 november 1998 maakt spuitenverdeling/-ruil reeds wettelijk mogelijk voor apothekers.
- Het Koninklijk Besluit van 5 juni 2000 machtigt ook andere personen om dergelijke programma’s uit te voeren; het betreft enerzijds de artsen, anderzijds de verpleegsters, psychologen, paramedici en sociale werkers (voor zover zij beroepshalve verbonden zijn aan een gespecialiseerd centrum = drughulpverlening en/of preventie van besmettelijke aandoeningen).
- De financiering is in Vlaanderen geregeld via een Besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000.
Voetnoten
- Voor het volledige artikel van de wet van 24 februari 1924 verwijzen we naar bijlage nummer 1.
- voor de integrale tekst van de ‘memorie van toelichting verwijzen we naar bijlage 2
- Voor de integrale tekst van deze wet verwijzen we naar bijlage 3
- Voor het Koninklijk Besluit zie bijlage 4
- In deel 3 wordt meer gedetailleerd ingegaan op de concrete uitvoering en implementatie van dit K.B
- Recuperatie en vernietiging van gebruikt materiaal ressorteert onder de milieuwetgeving en het besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en afvalbeheer, afgekort VLAREA. Dit wordt nader besproken in deel 8 : recuperatie van gebruikt injectiemateriaal
- voor het integrale Vlaams Besluit verwijzen we naar bijlage 5
- In deel 3 wordt meer gedetailleerd ingegaan op de concrete uitvoering en implementatie van dit Besluit
- APB = Algemene Pharmaceutische Bond
- Continuering van spuitenverdeling/-ruil na deze datum wordt mee geïntegreerd in de nieuwe convenantbesprekingen van de VAD